
Wet werk en inkomen kunstenaars
Artikel 3 Alleenstaande, alleenstaande ouder en gezin
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a
alleenstaande: de ongehuwde kunstenaar die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
b
alleenstaande ouder: de ongehuwde kunstenaar die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
c
gezin:
1
de kunstenaar en zijn echtgenoot tezamen;
2
de kunstenaar, zijn echtgenoot en de tot hun last komende minderjarige kinderen tezamen;
3
de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen;
d
kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind;
e
ten laste komend kind: het kind jonger dan 18 jaar voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.